Home » 2013 » december

Maandelijks Archief: december 2013

Tompoes

Zo af en toe eet ik een tompoes. Net vaak genoeg om niet te verleren hóe ik ze altijd eet. Dat gaat namelijk al zolang ik me kan heugen op dezelfde manier: laagje voor laagje. Eerst til ik de bovenkant eraf. Die bewaar ik voor het laatst. Ik begin met het opeten van de room. Daarna is de onderkant aan de beurt. Tot slot geniet ik extra van de zoete bovenkant.

Deze week – het was weer even zo’n feest – realiseerde ik me dat mijn tompoesritueel heel typerend is voor de manier hoe ik door de jaren heen bijbelstudie ben gaan doen; laagje voor laagje. Ik begin bij het lezen en herlezen. Daarna steek ik veel tijd in het onderzoeken van wat de dingen betekenen in hun context en tenslotte sluit ik af met het formuleren van de toepassing, die doorgaans een stevige afsluiting vormt van het studieproces. Werken in deze volgorde vraagt voor mij nog regelmatig de nodige zelfbeheersing, want het zit me vanuit mijn opvoeding in het bloed om te beginnen bij datgene wat me het meeste aanspreekt: de toepassing. ‘Wat betekent deze tekst nú voor mij?’ Uiteindelijk moet iedere bijbelstudie op dít punt uitkomen, want een bijbelstudie die blijft steken bij het verzamelen van kennis, heeft zijn doel gemist. Echter, een toepassing die ook recht doet aan de oorspronkelijke betekenis van de tekst, wordt gebouwd op een goede exegese van een tekst of schriftgedeelte. Het een kan niet zonder het ander. En dat kost tijd, tijd om te lezen en te herlezen; tijd om Schrift met Schrift te vergelijken en om dingen na te zoeken; tijd en gebed om mezelf te realiseren wat een en ander betekent voor mijn leven.

Ik ben er niet alleen aan gewend geraakt om zo bezig te zijn met bijbelstudie, maar ik zou het eerlijk gezegd ook niet anders meer willen. Een flinke exegese staat immers een levensveranderende toepassing niet in de weg, terwijl een te gretige start met de toepassing wel gemakkelijk kan leiden tot een onderschatting van wat de dingen in hun context betekenen, met alle gevolgen van dien.

Het is moeilijk om een werkwijze die je jezelf hebt aangewend geheim te houden voor anderen. Ik realiseer me dat mijn persoonlijke voorkeur ook een stempel drukt op bijbelstudies die ik met anderen mag doen. Wetend hoe summier soms het zicht kan zijn op de diverse ‘lagen en lijnen’ in de Bijbel (geschiedkundig, profetisch, typologisch, praktisch, etc.) en hoe gemakkelijk bijvoorbeeld de betekenis van de tekst en de persoonlijke toepassing met elkaar verward worden, kies ik er vaak bewust voor om de lagen afzonderlijk te belichten. De respons die ik daar tot op heden op heb gekregen, ging alleen over de tijdsduur van de studies ;-) Gelukkig hoef ik geen verhoudingen of smaak te bepalen, want die zijn in de Bijbel veel beter uitgebalanceerd dan een mens dat ooit kan doen. Ik mag proeven en serveren en hoop dat zo te blijven doen dat het recht doet aan Gods bedoeling met Zijn Woord.

Ik wil met het bovenstaande geen waardeoordeel uitspreken over hoe andere broeders en zusters de Bijbel bestuderen, om daardoor de wil en het plan van de Heere te ontdekken. Iedereen die door de Heilige Geest geleid wordt, zál stap voor stap leren wat de Heere ons wil leren en de Heere kan daarvoor vele manieren gebruiken en benutten. Ik moet denken aan wat een bijbelleraar eens zei: ‘Het gaat er uiteindelijk niet om wat ík met de Bijbel doe, maar om wat de Bijbel met mij doet.’ Je kunt tijden studeren, terwijl je omgang met de Heere niet verdiept, terwijl een klein stukje tekst in een kort moment je zo kan raken dat het grote gevolgen heeft voor je leven.

Terug naar de werkelijkheid van de tompoes. Waar zo’n ding al niet goed voor kan zijn… Ik heb trouwens ook nog wat andere eetgewoonten laten passeren in mijn gedachten en ontdekt dat er nog meer overeenkomsten zijn met mijn bijbelleesgedrag. Ook gewoonten die minder geschikt zijn om na te volgen, bijvoorbeeld dat ik bij (te) veel gerechten sambal gebruik. Zo krijgen – helaas voor Colinda – veel lekkere gerechten dezelfde smaak; mijn persoonlijke smaak. De toepassing laat zich raden. Ik kan je in ieder geval aanbevelen om er eens over na te denken hoe het bij jou zit.

Petrus.nu

Wie kinderen heeft en ze wil opvoeden voor de Heere, staat onder meer voor de uitdaging om ze vertrouwd te maken met de Bijbelse boodschap. Onze woorden zijn betrekkelijk, maar Gods Woord is altijd geldend en volledig betrouwbaar. God Woord alleen kan ‘een licht zijn op ons pad’ en ook op dat van onze kinderen en daarom is het zaak dat ze dit ‘licht’ al op jonge leeftijd weten te gebruiken. Het geven van Bijbelonderwijs in de thuissituatie is niet alleen haalbaar voor ouders die veel Bijbelkennis hebben of die creatief ingesteld zijn, maar voor iedereen die de noodzaak hiervan inziet en vanuit die impuls en de liefde tot God aan de slag gaat. Hoewel het gebruik van hulpmiddelen, handreikingen en je eigen creativiteit zeker een belangrijke rol kan vervullen, blijft het belangrijkste dát we als ouders iets doen en niet hóe wie iets doen. Al doende kom je er vanzelf achter hoe je verder moet.

Hierbij het resultaat van het laatste ‘Bijbelstudieproject’ wat we als gezin in het najaar van 2013 gedaan hebben. Het speelt zich af rond de eerste brief van de apostel Petrus. Al onze kinderen (17, 15, 9 en 5 jaar oud) deden mee. Dat was een uitdaging, want onze oudste twee  kinderen weten inmiddels hoe Bijbelstudie in z’n werk gaat, maar de jongste twee hebben nog een andere manier van aanbieden nodig en soms ook ander onderwijs. Wij zijn vast niet de enige ouders die zoeken naar mogelijkheden om met het hele gezin Bijbelstudie te doen. Vandaar dat we dit idee willen delen.

Al een dag van te voren lazen we samen het gedeelte voor wat we de dag erna dieper zouden bespreken en ieder kind kreeg dan een opdracht mee. Voor de oudsten was dat vaak iets om op te zoeken (verwijsteksten, grondwoord, feiten) of iets om alvast over na te denken. Voor de jongsten was dat meestal een kleuropdracht van een aantal plaatjes die bij het bijbelgesprek als signaalplaat zouden fungeren. Tijdens het Bijbelgesprek lazen we het gedeelte nogmaals (iedereen die kan lezen, kan hierin een rol hebben) en ik (Bastin) leidde vervolgens het gesprek over thema’s die in het gedeelte naar voren kwamen. Gaandeweg vulden we elkaar aan. Alles wat de kinderen aan kennis, info of tekeningetjes inbrachten, kreeg een plekje in het gesprek. Door de inbreng van ieder kind te spreiden, bleven ze de hele tijd (30 tot 45 minuten) betrokken. We sloten steeds af met gebed, waarin ieder een inbreng kon hebben. Naast de eettafel kwam een grote plaat papier op de muur te hangen, waar we tijdens het bijbelgesprek dingen op schreven die we wilden onthouden en waarop ook alle tekeningetjes werden geplakt. Twee keer moest de plaat vergroot worden, omdat we meer plek nodig hadden. En zo groeide de plaat mee met de gesprekken.

Het was leuk om te zien welke functie de plaat al werkende weg kreeg. Tijdens de maaltijden raakten de gesprekken soms even een thema wat we al besproken hadden en dan legden we samen even die link. Zo ontdekten we (opnieuw) dat Bijbelkennis niet los staat van het alledaagse leven. Als je de woonkamer binnenstapte, zag je de plaat ook gelijk hangen. Dat leverde een aantal leuke gesprekken op met mensen over Bijbelonderwijs in het gezin.

Binnenkort rollen we plaat op en bergen we hem op in de kast, naast andere dingen die we ooit gemaakt hebben. We bewaren dit soort dingen graag, omdat we weten dat er momenten zullen komen dat we tegen elkaar zeggen: ‘Daar hadden we toch een keer een plaat over gemaakt?… Even halen.’ Onze Bijbelgesprekken zijn geen diepgaande woordstudies geworden, maar met z’n zessen hebben we wel begrepen wat de strekking van dit bijbelboek was. Het waren (gezellige)gezinsmomenten, die we niet zullen vergeten. Daar gaat het om. En daarom gaan we ook verder, steeds weer zoekend naar wegen om Gods Woord bij de kinderen te brengen. We hopen dat dit verhaal alle ouders die dit lezen zal motiveren en bemoedigen om dit ook te (blijven) doen. We hebben als ouders deze onderlinge bemoediging nodig. Laten we contact maken met elkaar als daar behoefte aan is!

Betrouwbaar

Deze week stond Genesis 22 op het vertelrooster in de klas; het indrukwekkende verhaal van Abraham die zijn zoon Izak moet offeren op Moria. Ondanks de onbegrijpelijke opdracht die hij krijgt, doet Abraham gehoorzaam wat er van hem gevraagd wordt (Gen.22:18). Hij vertrouwt er blijkbaar op dat God weet waar Hij mee bezig is; dat Hij zal voorzien in het leven van zijn zoon (vers 5) en in een offerlam voor het brandoffer (vers 8). In Hebreeën 11:18 lezen we dat hij zelfs geloofde in de mogelijkheid dat Izak uit de dood zou worden opgewekt. Het lijkt erop dat Abraham dit vertrouwen ook heeft weten over te brengen op Izak, die gehoorzaam aan alles meewerkt.

God is 100% betrouwbaar. Dat hoeft niet bewezen te worden. Maar bij mensen moet het vertrouwen in God groeien. Zo werkte het ook bij Abraham. Zijn vertrouwen was gegroeid door alles wat Hij met God had meegemaakt vanaf het moment dat hij door Hem in Ur geroepen werd; een proces waarin Abraham veel moest leren en nog meer moest afleren. Herkenbaar?

Als inleiding op mijn vertelling nodigde ik mijn leerlingen uit voor een vertrouwenstest. ‘Wie durft er voor in de klas geblinddoekt een test te doen?’ Stuk voor stuk waren ze bereid om mee te doen. Ik koos er een uit en vroeg die leerling om zich – geblinddoekt en al – zo stijf als een plank achterover te laten vallen. Ik beloofde dat het geen pijn zou doen. De leerling deed precies wat ik vroeg en ik ving hem – met mijn handen zo dicht mogelijk bij de grond – op. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat ze allemaal zo zouden meewerken. Deze leerlingen, die juist vaak moeite hebben met het geven van hun vertrouwen (autisme, hechtingsproblematiek), vertrouwden me blijkbaar. Omdat ik weet hoe ze gestart zijn in deze klas, mag ik aannemen dat hun vertrouwen gegroeid is door de ervaring dat ze in deze klas veilig zijn en ‘dat de meester doet wat hij zegt’. En dat ondanks het feit dat ik daarin soms ook faal…

Kostbare momenten om mee te maken, maar mijn verlangen voor deze kinderen gaat verder. Ik kijk ernaar uit en bid ervoor dat ze hun vertrouwen vooral op God zullen stellen. Vervolgens realiseer ik mezelf dat er werk aan de winkel is. In Psalm 78 vers 4 en 7 lezen we dat het vertrouwen van kinderen op God kan en zal groeien als wij – de generatie(s) boven hen – het getuigenis doorgeven van wie God is en wie Hij altijd geweest is. Niet alleen verhalen van vroeger, maar ook levensechte verhalen van nu, van mensen die dagelijks – met vallen en opstaan – vertrouwen op God. Hoe wij spreken óver God en leven mét God doet ertoe. Velen van ons zullen toegeven dat ze te weinig menselijke voorbeelden hebben gezien van een levensechte wandel met God. Die schijnbaar repeterende ervaring kunnen we doorbreken voor de mensen die in onze nabijheid zijn, als we dagelijks wandelen met God en in alle dingen op Hem vertrouwen. God is nog steeds Dezelfde!