Home » 2014 » februari

Maandelijks Archief: februari 2014

Zangavond 19 april

Zangavond Calvijnschool 19 april 2014Op DV 19 april zijn jullie weer van harte uitgenodigd om te komen zingen in de Calvijnschool, onder leiding van onze ‘huisband’. Het thema is ‘Op vaste grond’. We zullen infocussen op de boodschap van het Kruis en de Opstanding. Laat even weten of je komt, zodat we weten op hoeveel mensen we kunnen rekenen. Neem gerust vrienden mee! We kunnen tot ca. 80 mensen in de zaal ontvangen. Twijfel je of je er nog bij kunt, neem dan gerust even contact op met ons.

 

Overdosis?

Afgelopen weken hebben we in de klas gewerkt aan de hand van een project. Vanuit allerlei vakgebieden hebben we een link gelegd naar het thema wat centraal stond: ‘Geschiedenis van de toekomst.’ We probeerden te ontdekken wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen het gedrag van mensen in het verleden en het heden als ze te maken krijgen met moeilijke omstandigheden (honger, crisis). Vanuit de Bijbel legde ik onder meer een link met de uitspraak van Salomo: ‘Er is niets nieuws onder de zon.’ (Prediker 1:9) Klinkt misschien wat ingewikkeld om aan basisschoolleerlingen voor te schotelen, maar de leerlingen pikten het prima op.

Toen ze voor het eerst het projectboekje met lessen doorbladerden, reageerde een van hen een beetje opstandig met: ‘Mees, waarom haalt u overal de Bijbel bij?’ Geen onterechte vraag, want ik doe dat inderdaad vaak. Het antwoord in mijn hart is dat ik een grote liefde heb voor het Woord van God en alle momenten aangrijp om daar linken naar te leggen, zeker omdat ik bij veel (juist kerkelijke) leerlingen zie dat ze al op jonge leeftijd wegglijden bij het Woord en niet meer dat verlangen hebben om de Heere te kennen. Soms zegt de houding al genoeg. ‘Nu moet ik nog, maar later als ik groot ben, maak ik zelf wel uit wat ik doe.’

‘Mees, waarom haalt u overal de Bijbel bij?’ Die vraag is de afgelopen weken regelmatig door mijn gedachten gegaan. Is overdosering een reëel gevaar? Ik ken jongeren die zijn afgehaakt, juist omdat al dat gepraat over de Bijbel hun neus uit kwam. Of zijn het juist de woorden zonder daden, het verschil tussen zondag en door de week, de woorden zonder voorbeelden en de regels zonder liefde die kinderen doen besluiten om de waarheid van de Bijbel links te laten liggen? Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik weer tot de conclusie kwam dat er niets mis is met het opvoeden van kinderen bij Gods Woord. De Bijbel windt er geen doekjes om. Voor de Joodse vaders en moeders gold: ‘Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht. Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.’ (Deut.6:5-7) Dan valt het in mijn klas nog wel mee. En verder: ‘Vaders, wek geen toorn bij uw kinderen op, maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.’ (Ef.6:4) ‘En dezen (de mensen in Berea) waren edeler van gezindheid dan die in Thessalonica, want zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren. Velen dan van hen geloofden…’ (Hand.17:11-12) ‘Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.’ (Rom.10:17) Als de indruk ontstaat dat de Bijbel ver af staat van de werkelijkheid waarin we leven, ontstaat er vervreemding, maar als Gods levende Woord mag klinken, mogen we grote dingen verwachten voor de grote en kleine hoorders.

‘Mees, waarom haalt u overal de Bijbel bij?’ Tja, hoe vreemd is het om dit te doen in deze wereld waarin je van allerlei kanten stelselmatig bekogeld wordt met ‘onderwijs’? Los van het feit dat in Gods Woord de enige weg begint naar vrede met God en het eeuwige leven, biedt Gods Woord ook veel mogelijkheden om de koppeling tussen het dagelijkse leven en het onderwijs te leggen. Er zijn momenten genoeg waarop je kunt aansluiten bij de actualiteit en bij diverse leergebieden. Denk bijvoorbeeld aan de regenboog (Gen.9), de waterkringloop (Jes.55), informatie over allerlei plaatsen, landen en historische feiten. Het zou jammer zijn als je deze mogelijkheden niet benut om kinderen te laten zien dat de Bijbel relevant is voor het leven van hier en nu. Ook andersom – vanuit de leergebieden en opvoedkundige situaties – liggen er kansen om de Bijbel er heel natuurlijk bij te betrekken. Denk bijvoorbeeld aan sportfestijnen en de link naar de wedloop (Hebr.12), de prachtige natuur die ons wijst naar de creativiteit van de Schepper, de lessen over voorplanting en de link naar hoe God seksualiteit bedoeld heeft, de kaders voor gedrag en de link naar de gedragsverandering die door de Heere Jezus tot stand kan komen. Het hier en nu staat niet los van de Bijbelse werkelijkheid en de Bijbel is niet wereldvreemd. Juist door met dit gegeven níets te doen, onthoud je kinderen het meest wezenlijke wat je als opvoeder aan hen kunt geven. Het werkt ook nog eens aanstekelijk. Dezelfde leerling die de bewuste vraag aan me stelde, kwam pas op het plein naar me toe, omringd door zijn stoere vrienden. ‘He mees, in de Bijbel staat er toch iets over dino’s!’ En toen ik daarop bevestigend antwoordde… ‘Zie je nou man, dat zei ik toch!’ Al stoeiend liepen ze weg… Mooi toch! Dan kan mijn dag niet meer stuk. Ik denk dat ik er prima mee kan leven dat dit de indruk is die leerlingen van me over houden. ‘Die meester die overal de Bijbel bij haalde.’

Beelddrager van God

In Genesis 1:26-27 lezen we dat God de mens schept ‘naar Zijn beeld en gelijkenis’. Als we nagaan hoe deze gelijkenis met God tot uiting kwam, wordt in ieder geval duidelijk dat de eerste mens (man en vrouw) de heerlijkheid van God uitstraalde. Dit blijkt ook uit het feit dat we die heerlijkheid zijn kwijtgeraakt en dat die in Christus ook weer hersteld wordt (o.a. Ps.8:6; Rom.3:23; 5:1-2).

Onlangs zag ik een afbeelding van de homunculus, waarin tot uitdrukking wordt gebracht hoeveel hersencapaciteit er beschikbaar is voor onze lichaamsdelen. Voor onze mond en handen blijkt de meeste hersencapaciteit beschikbaar te zijn. Ik kan niet beoordelen in hoeverre het model van de homunculus recht doet aan de complexiteit van het menselijke brein, maar het zette me wel aan het denken over de gelijkenis tussen God en mens.

Als wij in de Bijbel lezen over Gods (scheppende en herscheppende) handelen, dan valt het op dat daar heel vaak Gods ‘mond’ en ‘handen’ bij betrokken worden. ‘Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt, door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht.’ (Ps.33:6) ‘In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen.’ (Hebr.1:10) Ook bij de Heere Jezus, de God-met-ons (Immanuël), vervullen Zijn mond en handen een belangrijke rol in het volbrengen van Zijn opdracht. ‘Toen de zon onderging, brachten allen die zieken hadden, door allerlei kwalen gekweld, deze zieken bij Hem; en Hij legde ieder van hen de handen op en genas hen.’ (Luk.4:40) ‘En Jezus bestrafte hem, en de demon ging van hem uit; en het kind was vanaf dat moment genezen.’ (Matth.17:18) ’Maar Hij zei tegen hen: Ik moet ook andere steden het Evangelie van het Koninkrijk van God verkondigen, want daarvoor ben Ik uitgezonden. En Hij predikte in de synagogen van Galilea.’ (Luk.4:43-44) ‘En toen Jezus zag dat de menigte samenstroomde, bestrafte Hij de onreine geest en zei tegen hem: Geest die maakt dat men niet kan spreken en die doof maakt, Ik beveel u: ga uit hem weg en kom niet meer in hem terug!’ (Mark.9:25) Dat is ook daarna zo bij de apostelen. ‘Zij verbleven daar dan lange tijd en spraken vrijmoedig, in vertrouwen op de Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord van Zijn genade en tekenen en wonderen door hun hand liet gebeuren.’ (Hand.14:3) Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat ‘mond’ en ‘handen’ een grote rol spelen bij Gods handelen – ook via de Heere Jezus – en dat van Zijn discipelen. Maak er eens tijd voor om dit na te gaan in de Bijbel. Met een concordantie erbij kom je een heel eind.

Als we de lijn doortrekken naar ons leven, kunnen we onszelf afvragen hoe wij onze mond en handen gebruiken. Ik denk dat hierin in toenemende mate iets tot uiting kan en ’moet’ komen van het beelddrager zijn van God, juist omdat we door het geloof in Jezus Christus mogen weten dat Hij Zijn beeld in ons herstelt en dat Zijn leven steeds meer zichtbaar zal worden in ons. In Rom.12:1 worden we opgeroepen om onze lichamen in dienst van God te stellen. We kunnen met ons lichaam dingen kunnen doen die in het voordeel zijn van Gods tegenstander, maar met dat zelfde lichaam ook een verlengstuk zijn van God; een werktuig in Zijn handen. Hieronder een paar teksten die ons helpen om na te denken over hoe we als christenen onze mond en handen heel praktisch tot Gods eer kunnen gebruiken. Ook een mooie aanzet voor een gesprek of Bijbelstudie.

  • ‘Predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht. Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels.’ (2Tim.4:2-4)
  • ‘Wandel met wijsheid bij hen die buiten zijn, en buit de geschikte tijd uit. Laat uw woord altijd aangenaam zijn, met zout smakelijk gemaakt, opdat u weet hoe u iedereen moet antwoorden.’ (Kol.4:5-6)
  • ‘…en er een eer in te stellen rustig te zijn en uw eigen zaken te behartigen en te werken met uw eigen handen, zoals wij u bevolen hebben, opdat u op een gepaste wijze wandelt ten opzichte van hen die buitenstaan, en niets nodig hebt.’ (1Thess.4:11-12 11) 
  • ‘Ik wil dan dat de mannen op alle plaatsen bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en meningsverschil.’ (1Tim.2:8) 
  • ‘Maar voor alle dingen, mijn broeders, zweer niet: niet bij de hemel, ook niet bij de aarde, en zweer ook geen enkele andere eed, maar laat uw ja ja zijn en uw nee nee, opdat u niet onder enig oordeel valt.’ (Jac.5:12)
  • ‘Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart. En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem.’ (Kol.3:16-17)
  • ‘Broeders, spreek geen kwaad van elkaar. Wie van zijn broeder kwaadspreekt en over zijn broeder oordeelt, spreekt kwaad over de wet en oordeelt over de wet. Als u over de wet oordeelt, bent u geen dader van de wet, maar een rechter.’ (Jac.4:11)
  • ‘Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid, ieder tegen zijn naaste; wij zijn immers leden van elkaar.’ (Ef.4:25 25)
  • ‘…en spreek een gezond woord, boven alle kritiek verheven, zodat de tegenstander beschaamd zal staan en niets kwaads van u te zeggen heeft.’ (Tit.2:8)
  • ‘Als iemand in woorden niet struikelt, is hij een volmaakt man, die bij machte is om ook het hele lichaam in toom te houden… Uit dezelfde mond komen zegen en vervloeking voort. Dit behoort niet zo te zijn, mijn broeders.’ (Jac.3:2 en 10)