Home » 2016 » juli

Maandelijks Archief: juli 2016

Eensgezindheid

Tijdens de zomervakantie mocht ik bijbelstudies geven op camping de Sikkenberg in Onstwedde. Ondanks de verschillende kerken en gemeenten waaruit campinggasten afkomstig waren en de verschillen in visie op bepaalde punten, hebben we rondom het Woord veel eensgezindheid ervaren. Best bijzonder dat dit zo kan in Nederland, waar we juist zo goed zijn in het benadrukken van de verschillen en het optrekken van muren.

Dat het niet vanzelfsprekend is om als gelovigen eensgezindheid te ervaren, wordt duidelijk als we Filippenzen 4:1-3 lezen. Paulus roept Euodia en Syntyche ertoe op om eensgezind te zijn in de Heere. De vertalingen van deze verzen maken duidelijk dat het om een of twee vrouwen moet gaan. Mogelijk hadden ze ruzie, maar zeker weten we dat niet. De kwestie is in ieder geval belangrijk genoeg om in een algemene brief genoemd te worden.

Deze mensen hebben veelzeggende namen. Euodia betekent ‘goede reis’ en Syntyche betekent ‘gelukkig samenzijn’. Prachtige namen als we ze koppelen aan het onderwijs wat Paulus in de Filippenzenbref geeft over gemeente-zijn. We zijn samen op reis naar de ontmoeting met de Heere (1:10-11) en hebben onderweg een bemoedigende en opbouwende relatie met elkaar. Helaas is er op het moment dat Paulus de brief schrijft van die goede relatie niet zoveel te merken. Ze zijn niet eensgezind, hoe dat er dan verder aan de buitenkant uit mag zien.

Wat wordt bedoeld met ‘eensgezind zijn’? Het woord is afgeleid van ‘gezindheid’, wat we zeven keer in de brief aan de Filippenzen tegenkomen. In de Griekse cultuur wordt dit woord gebruikt voor diafragma ofwel het middenrif en is afkomstig van een woord wat ‘beteugeling’ betekent. Op deze manier kennen we het ook als onderdeel van een camera. Het diafragma beheerst de lichtbundel. Zo bepaalt het begrip ‘gezindheid’ ons bij het middelpunt van ons leven, bij onze diepste gezindheid, de plek waar ons handelen tot stand komt. In ons innerlijk moeten ook de dingen in beheerst worden die juist niet de ruimte moeten krijgen. Eensgezind zijn betekent dus dat we samen één gezindheid hebben, ofwel dat we samen dezelfde gezindheid hebben. Het is een hartsverbondenheid die we als gelovigen in Christus ervaren.

Deze gezindheid kunnen we niet overnemen van elkaar. Die leren we van Christus zelf (2:5). Hij ging ons voor in het loslaten van eigen belangen, dienstbaarheid en gehoorzaamheid. Die oefenen we door Zijn weg te gaan en door onszelf uit te strekken naar het kennen van Hem in alle facetten (3:10-11). We krijgen hiervoor kracht van de Geest, door het leven van Jezus Christus in ons.

Euodia en Syntyche leven niet (allebei) met dezelfde gezindheid. Daarom krijgen ze terecht een vermaning. Paulus wil dat ze beiden vanuit Christus zullen handelen. Er is namelijk – vanuit het nieuwe leven bezien – geen excuus om dat niet te kunnen doen.

De eensgezindheid (4:2) begint bij het ‘staan’ (4:1). ‘Blijf staande in de Heere!’ Ofwel: ‘sta stevig in de Heere.’ Als dat niet het geval is, dan komt er van die (eens)gezindheid ook weinig terecht. Je verwacht soms eensgezindheid op basis van dezelfde gemeente of op basis van het lezen van dezelfde Bijbel. Het is echter een illusie dat je eensgezindheid zou kunnen ervaren met mensen die de Heere Jezus niet kennen. Alleen het kennen van Jezus is een basisvoorwaarde voor hartsverbondenheid. Het is ook een illusie dat je eensgezindheid zou kunnen ervaren als er water bij de wijn wordt gedaan, om de lieve vrede wil (de oecumenische route). Het bij elkaar houden van het Woord van de waarheid is een onopgeefbare voorwaarde.

Anderzijds kun je eensgezind zijn, zonder het over alles eens te zijn. Gelukkig maar, want anders hadden we in Nederland een groot probleem. Eensgezindheid kun je overal ervaren waar mensen leven uit de Bron Christus en waar mensen bereid zijn om in Zijn gezindheid te leven. Hoe langer je met elkaar omgaat, hoe bewuster je wel keuzes moet maken om in eensgezindheid te blijven leven. Ook al ga je met de beste intenties te werk, toch lukt het niet altijd om ‘bij elkaar te blijven’. Dat doet pijn. Dit gedeelte maakt duidelijk dat daar waar de gezamenlijke gezindheid van Christus aanwezig is, er ook een weg terug is naar elkaar.

Alle gelovigen – jong of ouder in het geloof – kunnen deze vermaning nodig hebben. Euodia en Syntyche waren ook dienstbaar geweest voor het evangelie, notabene samen met Paulus. Het is aannemelijk dat ze al langere tijd gelovig waren. Laten we er voortdurend alert op blijven hoe het er met onze gezindheid voor staat, ook als we de Heere al langer kennen. Hoe dichter we bij Hem leven, hoe meer dat ons in staat stelt om in eensgezindheid te leven.

Mooi dat Paulus ook de broeders en zusters er omheen inschakelt om deze situatie op te lossen. Hij schrijft openlijk over deze kwestie. Dit gaat ook de hele gemeente aan. We zijn immers verbonden in één lichaam. Hoe snel kan het ontbreken van eensgezindheid ook een uitzaaiende en schadelijke werking hebben! Mooi dat Paulus oproept om deze mensen te helpen. We weten niet wie Paulus hier als mijn oprechte metgezel’ aanspreekt. Feit is dat er mede-gelovigen worden ingeschakeld. Zo hebben ook wij allemaal verantwoordelijkheid om elkaar te helpen om vanuit Christus in hartsverbondenheid te leven. Als we zo met elkaar omgaan, is 4:4 niet alleen een opdracht, maar ook een gevolg. Blijdschap!

 

Trouw in het kleine

In de brief aan de Filippenzen komen we Paulus tegen, de ‘grote apostel’. In hoofdstuk 2:19-24 spreekt Paulus over Timotheüs, ook een ‘bekende dienstknecht’ van de Heere. Samen met Timotheüs heeft Paulus ook deze brief geschreven (1:1). In deze brief komen we ook de naam van Epafroditus tegen (2:25-30 en 4:18). Nergens anders in de Bijbel vinden we verder iets over hem. Ondanks dat we weinig over hem weten, geeft hij ons echter een geweldig voorbeeld van het dienen van de Heere.

De naam Epafroditus betekent ‘vriendelijk, liefdelijk’, maar ook ‘toegewijd aan Afrodite’. Afrodite was de heidense godin van de liefde, schoonheid, seksualiteit en de vruchtbaarheid. Het dragen van deze naam maakt het aannemelijk dat hij geen kind was van gelovige ouders.

Toegewijd aan een afgod… Wat Paulus in deze brief over hem schrijft, maakt duidelijk dat Epafroditus juist toegewijd is aan de allerhoogste God. Ergens in zijn leven moet er dus een ommekeer geweest zijn, een overgang vanuit de macht van de duisternis naar het koninkrijk van de Zoon van Gods liefde (Kol.1:13). Misschien was hij tot geloof gekomen toen Paulus voor het eerst in Filippi kwam (Hand.16); misschien ook tijdens een van de latere bezoeken of door het getuigenis van gelovigen in zijn eigen stad. Hoe het ook zij, Paulus noemt hem ‘mijn broeder, medearbeider en medestrijder’. Van een kind dat genoemd was naar de godin van de liefde, is hij uitgegroeid tot een man die toegewijd was aan de God van liefde. Een geweldige verandering, die ook voor ons een bemoediging kan zijn. Wat je afkomst ook is of welke stempel mensen ook op je leven hebben gedrukt, het hoeft niet bepalend te blijven voor wie je bent. Als je Christus leert kennen, word je een nieuwe mens (2Kor.5:17), met een nieuwe identiteit (Fil.3:20). ‘Door de genade van God ben ik wat ik ben…’ (1Kor.15:10). Bevrijdend nieuws!

Het enige wat we over Epafroditus weten, is dat wat Paulus over hem schrijft. Juist dit weinige wat we weten, laat ons echter zien hoe de dingen in het hart van Epafroditus liggen. We herkennen in zijn handelen zijn gezindheid, de gezindheid van Christus Jezus (2:5). Leven in deze gezindheid is zoveel belangrijker dan al die grote dingen doen, waarom veel mensen doorgaans worden bewonderd. Epafroditus deed wat hij wist dat hij moest doen. Hij deed het ten koste van zichzelf. Hij zocht het belang van de ander. Een prachtige illustratie bij het appèl uit hoofdstuk 2:5. Hierin is hij een voorbeeld voor ons, omdat de Heere deze houding van ons allen vraagt.

Nadat de gemeente in Filippi is ontstaan, is er een bijzondere band blijven bestaan tussen deze gelovigen en Paulus. Dat wordt onder andere duidelijk doordat ze meerdere keren geld hebben gestuurd voor zijn levensonderhoud (4:14-18). Ook in de tijd dat Paulus gevangen zat in Rome, wilden ze hem geld sturen. Epafroditus nam de taak op zich om dit geld te gaan brengen; een flinke en ook niet ongevaarlijke reis. Paulus was blij met deze gift. Het ging hem niet om de gave zelf, maar hij zocht en zag hierin de vrucht van het christenleven van de gelovigen in Filippi (4:17).

Tijdens zijn verblijf in Rome werd Epafroditus ernstig ziek, zo ziek dat er voor zijn leven gevreesd werd. Het lijkt erop dat deze ziekte iets te maken heeft met een daad van zelfopoffering (2:30). Epafroditus deed iets waarin zijn broeders en zusters uit Filippi (mogelijk vanwege de afstand) in gebreke moesten blijven. Hij deed het met gevaar voor eigen leven. Paulus vertelt ons niet de details, maar wel dat Epafroditus hierdoor ernstig ziek werd.

Tijdens zijn ziekte had Epafroditus veel angst; niet omdat de kans bestond dat hij zou sterven, maar omdat zijn broeders en zusters in Filippi gehoord hadden dat hij ziek was. Hij was bezorgd en beangst om hen, omdat ze wisten wat hem was overkomen. Zelfs tijdens zijn ziekte dacht hij alleen aan hen en niet aan zichzelf.

Daarom verlangde hij ernaar om hen gauw weer te zien en daarom stuurde Paulus hem ook al terug voordat Timotheüs kon gaan en voordat hij ook zelf zou gaan. Epafroditus bracht de brief van Paulus naar zijn broeders en zusters. Door deze ‘gewone dingen’ te doen, werd hij tot een zegen voor velen; zelfs voor ons die deze brief nog steeds kunnen lezen.

‘Houdt mannen zoals hij in ere’, schrijft Paulus (2:29). Gelovigen als Epafroditus zijn mensen die nodig zijn in de gemeente. Er zijn binnen de gemeente veel taken uit te voeren, die allemaal een belangrijke schakel zijn in het plan wat de Heere in deze tijd uitwerkt. Laten we ermee stoppen om ons te vergapen aan en te laten verlammen door ‘grote namen’ en ‘grote taken’. Voor de Heere zijn we allemaal gelijk. We vergelijken onszelf vaak gemakkelijk met anderen en vragen onszelf af of dat wat wij doen wel ertoe doet, of dat het voor de Heere wel waardevol is. De Heere kijkt echter naar ons hart. Hij heeft voor ieder van ons werk klaarliggen (Ef.2:10), passend bij de geweldige genade die we ontvangen hebben.

Vaak komen we niet te weten wat de uitwerking is van de dingen die we doen. De Heere kan echter alles gebruiken wat we in gehoorzaamheid aan en in de gezindheid van Hem doen.

 

Als een potlood

Eenvoudige voorwerpen kunnen ons aan het denken zetten over het leven wat we – met de Heere – mogen leven. Zo ook een potlood.

  • De stift is gemaakt van grafiet (gemengd met klei). Grafiet is een geschapen element, door de Schepper in deze schepping gebracht om bruikbaar te zijn voor een doel…
  • Niet de versierde buitenkant, maar de binnenkant van het potlood is het belangrijkste en bepaalt de kwaliteit van wat het potlood kan doen…
  • Natuurlijk is ook de buitenkant van het potlood belangrijk. Het hout geeft stevigheid aan de stift…
  • Een potlood kan van zichzelf niets. Alleen als het bestuurd wordt door een hand…
  • Een potlood moet steeds weer geslepen worden om bruikbaar te kunnen blijven…
  • Grafiet is een van de zachtste mineralen in de natuur. Diamant – wat dezelfde koolstof als basiselement heeft – is het hardste element. Diamant laat sporen achter ten  koste van anderen. Grafiet laat sporen achter ten koste van zichzelf…
  • Als je iets tekent met potlood en het gaat fout, kun je dat meestal nog wel uitgummen…
  • Een potlood wordt steeds korter, totdat het op is…

Schrijf ze!

Hoop voor de toekomst

  • Goed nieuws voor de wereld die zucht onder de gevolgen van de zonde…
  • Een tijd op aarde waarin Christus openlijk de eer en aanbidding zal ontvangen die Hem toekomt…
  • Slecht nieuws voor de satan en zijn heerschappij over deze aarde…
  • Slecht nieuws voor theologie waarin Israël terzijde wordt geschoven…

…Dat is de Bijbelse boodschap met betrekking tot het Messiaanse rijk. De studie Bijbelse profetie als wegwijzer naar Israëls toekomst bepaalt ons bij de lichtende functie van het Profetische Woord, bij een aantal voorkomende visies rondom Israëls toekomst, bij de achtergrond van weerstanden en bij onze opdracht in dit alles.