Home » Overdenking » Trouw in het kleine

Trouw in het kleine

In de brief aan de Filippenzen komen we Paulus tegen, de ‘grote apostel’. In hoofdstuk 2:19-24 spreekt Paulus over Timotheüs, ook een ‘bekende dienstknecht’ van de Heere. Samen met Timotheüs heeft Paulus ook deze brief geschreven (1:1). In deze brief komen we ook de naam van Epafroditus tegen (2:25-30 en 4:18). Nergens anders in de Bijbel vinden we verder iets over hem. Ondanks dat we weinig over hem weten, geeft hij ons echter een geweldig voorbeeld van het dienen van de Heere.

De naam Epafroditus betekent ‘vriendelijk, liefdelijk’, maar ook ‘toegewijd aan Afrodite’. Afrodite was de heidense godin van de liefde, schoonheid, seksualiteit en de vruchtbaarheid. Het dragen van deze naam maakt het aannemelijk dat hij geen kind was van gelovige ouders.

Toegewijd aan een afgod… Wat Paulus in deze brief over hem schrijft, maakt duidelijk dat Epafroditus juist toegewijd is aan de allerhoogste God. Ergens in zijn leven moet er dus een ommekeer geweest zijn, een overgang vanuit de macht van de duisternis naar het koninkrijk van de Zoon van Gods liefde (Kol.1:13). Misschien was hij tot geloof gekomen toen Paulus voor het eerst in Filippi kwam (Hand.16); misschien ook tijdens een van de latere bezoeken of door het getuigenis van gelovigen in zijn eigen stad. Hoe het ook zij, Paulus noemt hem ‘mijn broeder, medearbeider en medestrijder’. Van een kind dat genoemd was naar de godin van de liefde, is hij uitgegroeid tot een man die toegewijd was aan de God van liefde. Een geweldige verandering, die ook voor ons een bemoediging kan zijn. Wat je afkomst ook is of welke stempel mensen ook op je leven hebben gedrukt, het hoeft niet bepalend te blijven voor wie je bent. Als je Christus leert kennen, word je een nieuwe mens (2Kor.5:17), met een nieuwe identiteit (Fil.3:20). ‘Door de genade van God ben ik wat ik ben…’ (1Kor.15:10). Bevrijdend nieuws!

Het enige wat we over Epafroditus weten, is dat wat Paulus over hem schrijft. Juist dit weinige wat we weten, laat ons echter zien hoe de dingen in het hart van Epafroditus liggen. We herkennen in zijn handelen zijn gezindheid, de gezindheid van Christus Jezus (2:5). Leven in deze gezindheid is zoveel belangrijker dan al die grote dingen doen, waarom veel mensen doorgaans worden bewonderd. Epafroditus deed wat hij wist dat hij moest doen. Hij deed het ten koste van zichzelf. Hij zocht het belang van de ander. Een prachtige illustratie bij het appèl uit hoofdstuk 2:5. Hierin is hij een voorbeeld voor ons, omdat de Heere deze houding van ons allen vraagt.

Nadat de gemeente in Filippi is ontstaan, is er een bijzondere band blijven bestaan tussen deze gelovigen en Paulus. Dat wordt onder andere duidelijk doordat ze meerdere keren geld hebben gestuurd voor zijn levensonderhoud (4:14-18). Ook in de tijd dat Paulus gevangen zat in Rome, wilden ze hem geld sturen. Epafroditus nam de taak op zich om dit geld te gaan brengen; een flinke en ook niet ongevaarlijke reis. Paulus was blij met deze gift. Het ging hem niet om de gave zelf, maar hij zocht en zag hierin de vrucht van het christenleven van de gelovigen in Filippi (4:17).

Tijdens zijn verblijf in Rome werd Epafroditus ernstig ziek, zo ziek dat er voor zijn leven gevreesd werd. Het lijkt erop dat deze ziekte iets te maken heeft met een daad van zelfopoffering (2:30). Epafroditus deed iets waarin zijn broeders en zusters uit Filippi (mogelijk vanwege de afstand) in gebreke moesten blijven. Hij deed het met gevaar voor eigen leven. Paulus vertelt ons niet de details, maar wel dat Epafroditus hierdoor ernstig ziek werd.

Tijdens zijn ziekte had Epafroditus veel angst; niet omdat de kans bestond dat hij zou sterven, maar omdat zijn broeders en zusters in Filippi gehoord hadden dat hij ziek was. Hij was bezorgd en beangst om hen, omdat ze wisten wat hem was overkomen. Zelfs tijdens zijn ziekte dacht hij alleen aan hen en niet aan zichzelf.

Daarom verlangde hij ernaar om hen gauw weer te zien en daarom stuurde Paulus hem ook al terug voordat Timotheüs kon gaan en voordat hij ook zelf zou gaan. Epafroditus bracht de brief van Paulus naar zijn broeders en zusters. Door deze ‘gewone dingen’ te doen, werd hij tot een zegen voor velen; zelfs voor ons die deze brief nog steeds kunnen lezen.

‘Houdt mannen zoals hij in ere’, schrijft Paulus (2:29). Gelovigen als Epafroditus zijn mensen die nodig zijn in de gemeente. Er zijn binnen de gemeente veel taken uit te voeren, die allemaal een belangrijke schakel zijn in het plan wat de Heere in deze tijd uitwerkt. Laten we ermee stoppen om ons te vergapen aan en te laten verlammen door ‘grote namen’ en ‘grote taken’. Voor de Heere zijn we allemaal gelijk. We vergelijken onszelf vaak gemakkelijk met anderen en vragen onszelf af of dat wat wij doen wel ertoe doet, of dat het voor de Heere wel waardevol is. De Heere kijkt echter naar ons hart. Hij heeft voor ieder van ons werk klaarliggen (Ef.2:10), passend bij de geweldige genade die we ontvangen hebben.

Vaak komen we niet te weten wat de uitwerking is van de dingen die we doen. De Heere kan echter alles gebruiken wat we in gehoorzaamheid aan en in de gezindheid van Hem doen.

 

Archief berichten