Home » Overdenking » Eensgezindheid

Eensgezindheid

Tijdens de zomervakantie mocht ik bijbelstudies geven op camping de Sikkenberg in Onstwedde. Ondanks de verschillende kerken en gemeenten waaruit campinggasten afkomstig waren en de verschillen in visie op bepaalde punten, hebben we rondom het Woord veel eensgezindheid ervaren. Best bijzonder dat dit zo kan in Nederland, waar we juist zo goed zijn in het benadrukken van de verschillen en het optrekken van muren.

Dat het niet vanzelfsprekend is om als gelovigen eensgezindheid te ervaren, wordt duidelijk als we Filippenzen 4:1-3 lezen. Paulus roept Euodia en Syntyche ertoe op om eensgezind te zijn in de Heere. De vertalingen van deze verzen maken duidelijk dat het om een of twee vrouwen moet gaan. Mogelijk hadden ze ruzie, maar zeker weten we dat niet. De kwestie is in ieder geval belangrijk genoeg om in een algemene brief genoemd te worden.

Deze mensen hebben veelzeggende namen. Euodia betekent ‘goede reis’ en Syntyche betekent ‘gelukkig samenzijn’. Prachtige namen als we ze koppelen aan het onderwijs wat Paulus in de Filippenzenbref geeft over gemeente-zijn. We zijn samen op reis naar de ontmoeting met de Heere (1:10-11) en hebben onderweg een bemoedigende en opbouwende relatie met elkaar. Helaas is er op het moment dat Paulus de brief schrijft van die goede relatie niet zoveel te merken. Ze zijn niet eensgezind, hoe dat er dan verder aan de buitenkant uit mag zien.

Wat wordt bedoeld met ‘eensgezind zijn’? Het woord is afgeleid van ‘gezindheid’, wat we zeven keer in de brief aan de Filippenzen tegenkomen. In de Griekse cultuur wordt dit woord gebruikt voor diafragma ofwel het middenrif en is afkomstig van een woord wat ‘beteugeling’ betekent. Op deze manier kennen we het ook als onderdeel van een camera. Het diafragma beheerst de lichtbundel. Zo bepaalt het begrip ‘gezindheid’ ons bij het middelpunt van ons leven, bij onze diepste gezindheid, de plek waar ons handelen tot stand komt. In ons innerlijk moeten ook de dingen in beheerst worden die juist niet de ruimte moeten krijgen. Eensgezind zijn betekent dus dat we samen één gezindheid hebben, ofwel dat we samen dezelfde gezindheid hebben. Het is een hartsverbondenheid die we als gelovigen in Christus ervaren.

Deze gezindheid kunnen we niet overnemen van elkaar. Die leren we van Christus zelf (2:5). Hij ging ons voor in het loslaten van eigen belangen, dienstbaarheid en gehoorzaamheid. Die oefenen we door Zijn weg te gaan en door onszelf uit te strekken naar het kennen van Hem in alle facetten (3:10-11). We krijgen hiervoor kracht van de Geest, door het leven van Jezus Christus in ons.

Euodia en Syntyche leven niet (allebei) met dezelfde gezindheid. Daarom krijgen ze terecht een vermaning. Paulus wil dat ze beiden vanuit Christus zullen handelen. Er is namelijk – vanuit het nieuwe leven bezien – geen excuus om dat niet te kunnen doen.

De eensgezindheid (4:2) begint bij het ‘staan’ (4:1). ‘Blijf staande in de Heere!’ Ofwel: ‘sta stevig in de Heere.’ Als dat niet het geval is, dan komt er van die (eens)gezindheid ook weinig terecht. Je verwacht soms eensgezindheid op basis van dezelfde gemeente of op basis van het lezen van dezelfde Bijbel. Het is echter een illusie dat je eensgezindheid zou kunnen ervaren met mensen die de Heere Jezus niet kennen. Alleen het kennen van Jezus is een basisvoorwaarde voor hartsverbondenheid. Het is ook een illusie dat je eensgezindheid zou kunnen ervaren als er water bij de wijn wordt gedaan, om de lieve vrede wil (de oecumenische route). Het bij elkaar houden van het Woord van de waarheid is een onopgeefbare voorwaarde.

Anderzijds kun je eensgezind zijn, zonder het over alles eens te zijn. Gelukkig maar, want anders hadden we in Nederland een groot probleem. Eensgezindheid kun je overal ervaren waar mensen leven uit de Bron Christus en waar mensen bereid zijn om in Zijn gezindheid te leven. Hoe langer je met elkaar omgaat, hoe bewuster je wel keuzes moet maken om in eensgezindheid te blijven leven. Ook al ga je met de beste intenties te werk, toch lukt het niet altijd om ‘bij elkaar te blijven’. Dat doet pijn. Dit gedeelte maakt duidelijk dat daar waar de gezamenlijke gezindheid van Christus aanwezig is, er ook een weg terug is naar elkaar.

Alle gelovigen – jong of ouder in het geloof – kunnen deze vermaning nodig hebben. Euodia en Syntyche waren ook dienstbaar geweest voor het evangelie, notabene samen met Paulus. Het is aannemelijk dat ze al langere tijd gelovig waren. Laten we er voortdurend alert op blijven hoe het er met onze gezindheid voor staat, ook als we de Heere al langer kennen. Hoe dichter we bij Hem leven, hoe meer dat ons in staat stelt om in eensgezindheid te leven.

Mooi dat Paulus ook de broeders en zusters er omheen inschakelt om deze situatie op te lossen. Hij schrijft openlijk over deze kwestie. Dit gaat ook de hele gemeente aan. We zijn immers verbonden in één lichaam. Hoe snel kan het ontbreken van eensgezindheid ook een uitzaaiende en schadelijke werking hebben! Mooi dat Paulus oproept om deze mensen te helpen. We weten niet wie Paulus hier als mijn oprechte metgezel’ aanspreekt. Feit is dat er mede-gelovigen worden ingeschakeld. Zo hebben ook wij allemaal verantwoordelijkheid om elkaar te helpen om vanuit Christus in hartsverbondenheid te leven. Als we zo met elkaar omgaan, is 4:4 niet alleen een opdracht, maar ook een gevolg. Blijdschap!

 

Archief berichten